Startpagina

Omgang met elkaar

Ervaring heeft geleerd dat het verloop van de studie in de eerste helft van het eerste opleidingsjaar bepalend is voor het welslagen van de hele opleiding. Van groot belang is dat je van het begin af aan in een zeker studieritme terechtkomt. Dit wordt mede beïnvloed door de sfeer van de groep waarin je geplaatst bent. Vandaar dat ernaar gestreefd wordt om een stimulerend werkklimaat in de groep te hebben. Meestal vindt het leren in een groep plaats, waar je bezig bent met het leren en verwerken van dezelfde leerstof.


Ongewenste intimiteiten, sexuele intimidatie, agressie, geweld en discriminatie


In dat geval kan dat inhouden dat je elkaar helpt bij het bestuderen en verwerken van die leerstof, informeert over tussentijdse programma- en lesroosterwijzigingen. Bij een aantal opleidingen is het de bedoeling dat er vanuit de groep, zo gauw de leden elkaar kennen, een groepsvertegenwoordiger(ster) wordt gekozen. De mentor zal het initiatief nemen tot de verkiezing van de groepsvertegenwoordiger(ster). Het is beslist niet de bedoeling groepsvertegenwoord ig(st)ers te beschouwen als personen die allerlei klusjes voor anderen moeten opknappen. Zij zijn de offi ciële gesprekspartners van een groep. Als zodanig treden zij op naar de mentor en directie als het gaat om zaken die relevant zijn voor de groep die hij/zij vertegenwoordigt. Niet alle deelnemers zijn ingedeeld in één groep. Soms kan een individueel leertraject worden samengesteld, waardoor iemand deelneemt aan meerdere groepen.

De mentor
Iedere groep krijgt een mentor toegewezen. De mentor is verantwoordelijk voor een goede individuele begeleiding van de deelnemers van de groep. Bovendien probeert hij of zij een goede sfeer in de groep te bevorderen. In het algemeen rekent de mentor het tot zijn/haar taak als pleitbezorger respectievelijk bemiddelaar voor de deelnemers op te treden. Behalve voor de deelnemer zelf is de mentor ook voor de ouder(s) of verzorger(s) van de deelnemer het aanspreekpunt als het gaat om informatie over de voortgang en het welbevinden van de deelnemer op onze school. Bij langdurige ziekte van een deelnemer zorgt hij/zij samen met een groepsvertegenwoordig(st)er dat het huiswerk wordt overgebracht en regelt het bezoek. Ook zal hij/zij een bijdrage leveren aan het aanleren van studievaardigheden, zoals planning en tijdsbesteding. De deelnemer die een individueel traject volgt, krijgt ook een mentor of studiebegeleider toegewezen. Als er vragen of problemen zijn, praat dan eerst met je mentor of studiebegeleider. Die kan, indien nodig, anderen inschakelen om het probleem op te lossen, bijvoorbeeld een andere docent, de teamleider of een medewerker van CursistenService.

Wederzijds respect
Binnen Drenthe College zijn mannen en vrouwen, meisjes en jongens, oud en jong, gelijkwaardig. Van alle geledingen binnen de school - directie, docenten, niet-onderwijzend personeel en deelnemers - wordt verwacht dat zij zich dusdanig gedragen dat een ieder in zijn persoonlijke waarde wordt gelaten. Dat betekent onder andere dat discriminatie, seksuele intimidatie en voor anderen kwetsend gedrag binnen de school niet getolereerd worden. De informatie die je in dit hoofdstuk vindt, staat ook in de folder “Sommige geintjes kunnen niet”. Deze folder vind je bij de balie van de administratie en bij de CursistenService.