|
Welke opleiding past bij mij?
Drenthe College is een regionaal opleidingscentrum (roc) waar een breed scala aan opleidingen wordt aangeboden. Drenthe College valt onder de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Met deze wet heeft de overheid samenhang aangebracht in alle vormen van opleidingen en cursussen van middelbaar beroepsonderwijs en volwasseneneducatie. Daarnaast biedt Drenthe College cursussen aan voor mensen die hun positie op de arbeidsmarkt willen verbeteren of op verzoek van bedrijven/instellingen. Het middelbaar beroepsonderwijs kent opleidingen voor verschillende niveaus van beroepsbeoefening: van assistent tot specialist.
De beroepsopleidingen: niveaus en leerwegen
Het middelbaar beroepsonderwijs kent opleidingen op verschillende niveaus, van niveau 1 tot niveau
4. Toelating tot niveau 2, 3 of 4 is afhankelijk van de vooropleiding. De informatie hierover is te vinden in het schema elders in dit hoofdstuk en op de website van Drenthe College.
Er zijn twee soorten beroepsopleidingen: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). De leerwegen verschillen, maar in beide gevallen gaat het om een studiebelasting van 1600 uur per jaar. (Studiebelasting = de tijd op school + de tijd op de stageplaats of werkplek + de tijd die nodig is voor huiswerk e.d.)
De beroepsopleidende leerweg (afgekort als bol): dit is volledige dagonderwijs, want er wordt minimaal 850 uur op school en op een stageplaats doorgebracht. De bol kent een praktijkdeel (stage) van meer dan 20% en minder dan 60% van de studieduur. Soms wordt de opleiding in ook deeltijd aangeboden; dan is de wet studiefi nanciering en de wet tegemoetkoming studiekosten niet van toepassing.
De beroepsbegeleidende leerweg (afgekort als bbl): omvat een praktijkdeel van 60 % of meer van
de studieduur. Je gaat gemiddeld één dag per week naar school en daarnaast heb je een baan. Een
bbl opleiding is dus geen volledig dagonderwijs en daarom zijn de wet studiefi nanciering en de
wet tegemoetkoming studiekosten hierop niet van toepassing.
De inhoud van de beroepsopleidingen
Wat je aan het eind van je opleiding met weten en kunnen ligt vast in de z.g. eindtermen. De eindtermen zijn geordend in deelkwalifi caties. Die ordening is zodanig dat de eindtermen
van een deelkwalifi catie overeen komen met een combinatie van werkzaamheden die horen bij het beroep waarvoor je wordt opgeleid. Wat betreft de eindtermen van de opleiding maakt het geen verschil welke leerweg gevolgd wordt. Zowel de bol als de bbl leiden naar hetzelfde diploma.
Er is op dit moment een ontwikkeling aan de gang binnen de beroepsopleidingen, zowel in het vmbo, het mbo als het hbo:
voor de toekomstige beroepsuitoefening is het niet alleen van belang om dingen te ‘weten’ en te ‘kunnen’ (zoals die in de huidige deelkwalifi caties worden opgesomd), maar ook om
te kunnen samenwerken in een team, snel nieuwe kennis te kunnen opnemen en toe te passen, zelf initiatieven te kunnen nemen, enzovoort. Je moet als werknemer of als team immers
de ontwikkelingen kunnen bijbenen!
Dit is de reden dat het onderwijs verandert in ‘ competentiegericht leren’ .
Competentiegericht leren
“Later zul je wel ontdekken waarom je dit allemaal moet weten…….”. Zo motiveerden docenten
vroeger hun deelnemers. Je begreep amper waarom je bepaalde dingen moest leren. Je leerde voor
school. De meeste zaken vergat je snel……..
Moderne beroepsopleidingen richten zich op het ontwikkelen en aanleren van competenties.
Competentie is het vermogen om in beroepssituaties adequaat te kunnen handelen. En dan niet
alleen vakmatig, maar ook kunnen functioneren in een organisatie, goed kunnen communiceren en
samenwerken en zelf nieuwe dingen kunnen uitzoeken en leren. Dat laatste is hard nodig omdat
kennis tegenwoordig snel veroudert. Vroeger leerde je een vak en kon je je hele leven daarmee uit
de voeten. Nu moet je vooral leren leren!
Dit betekent dat beroepsopleidingen nu heel anders opgezet zijn. Elk beroepsgebied is bekeken
op de competenties die nodig zijn om goed te kunnen werken. Die competenties ontwikkel je door
alleen of met een paar andere deelnemers zo echt mogelijke werkopdrachten uit te voeren.
Je ontdekt daarbij zelf welke vaardigheden (en bijbehorende kennis) je nodig hebt om de opdrachten
uit te voeren.
Sommige vaardigheden beheers je al, andere moet je nog leren. Deze ontwikkeling is niet vrijblijvend
en wordt ook door je mentor goed gevolgd. Met hem/haar, maar ook met andere docenten,
bespreek je regelmatig je resultaten, stel je jezelf nieuwe ontwikkeldoelen en plan je je leerstappen
in een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP). De opdrachten worden geleidelijk aan complexer. Al
werkende aan de projecten merk je waarin je goed bent en waarin je nog beter wilt worden. Je kunt
dus steeds meer je eigen accenten leggen. Je gaat je als het ware steeds meer specialiseren. Bij je
diploma krijg je dan ook een omschrijving mee van de specifi eke competenties die jij hebt ontwikkeld.
Jouw diploma kan dus verschillen van dat van je medeleerling. Een werkgever kan juist in jouw
competenties geïnteresseerd zijn!
De Beroepspraktijkvorming (BPV)
Het praktijkdeel van de opleiding is de beroepspraktijkvorming. (Vroeger heette dit onderdeel van
je opleiding ‘stage’.) Het zijn activiteiten waarbij je leert in de praktijk en die tot doel hebben jou te
kwalifi ceren tot vakbekwaam toekomstige werknemer.
Het bedrijf of de instelling is verantwoordelijk voor de begeleiding tijdens de BPV/het werk. Hierbij
moet voldaan worden aan bepaalde kwaliteitseisen. Als een bedrijf voldoet aan die eisen wordt het
opgenomen in het bedrijvenregister van erkende (leer)bedrijven. Deze registers zijn op internet te
vinden (www.colo.nl).
Voor de beroepspraktijkvorming in bol en bbl wordt een bpv-overeenkomst afgesloten tussen deelnemer,
school en bedrijf of instelling. Als de deelnemer minderjarig is wordt ondertekend door de
ouder(s) of verzorger(s).
Bij bbl opleidingen dient de brancheorganisatie de overeenkomst te ondertekenen.
Welke beroepsopleiding?
De opleidingen die Drenthe College biedt, kunnen veelal op verschillende niveaus gevolgd worden.
Je kunt je inschrijven bij de opleiding waarvoor je belangstelling hebt en waarvoor je de goede
vooropleiding hebt.
Als je belangstelling hebt voor een bepaalde beroepsrichting, maar je weet nog niet precies voor
welk beroep je wilt worden opgeleid of je weet niet zeker of je vooropleiding wel de juiste is, dan
kun je contact opnemen met de teamleider of met een medewerker van CursistenService van de
betreffende cluster.
Samen wordt bekeken welke opleidingsrichting en welke leerweg voor jou het meest geschikt is en
op welk opleidingsniveau het best gestart kan worden. Desgewenst kun je een beroepenoriëntatietest
doen. Drenthe College wil er alles aan doen om je te helpen een goede keuze te maken.
Niveaus nader verklaard
Het behalen van een bepaald mbo-opleidingsniveau geeft automatisch recht op toelating tot het
eerstvolgende niveau. Kom je van een andere school, dan gelden verschillende vooropleidingseisen
.
| Niveau |
1 |
2 |
3 |
4 |
| Opleiding |
Assistentopleiding |
Basisberoeps-opleiding |
Vakopleiding |
Middenkader-opleiding/ Specialisten-opleiding |
| Beroepsbeoefenaar |
Assistent |
Basisberoeps-beoefenaar |
Vak-functionaris |
Middenkader-functionaris en/of Specialist |
| Taken |
Eenvoudige uitvoerende werkzaamheden |
Uitvoerende werkzaamheden |
Volledige zelfstandige uitvoering van werkzaamheden |
Volledige zelfstandige uitvoering van werkzaamheden met brede inzetbaarheid dan wel specialisme |
| Opleidingsniveau’s |
niveau 1 assistentopleiding |
- geen vooropleidingseisen; - Voor de bbl: tenminste 16 jaar oud of 12 jaar onderwijs hebben gevolgd; |
niveau 2 basisberoepsopleiding |
- diploma lbo,vbo, mavo/vbo met alle vakken op b-niveau; - diploma vmbo verwante sector: basisberoepsgerichte leerweg; vanuit niet-verwante vmbo-sector: wiskunde, dan wel natuur- en scheikunde 1 of één sector-relevant vak (zie !); - bewijs overgang 3 / 4 havo of vwo; - diploma verwante assistentopleiding.
* Indien er geen assistentopleiding bestaat voor hetzelfde beroep of dezelfde beroepencategorie,
gelden geen vooropleidingseisen. Gewenst: relevante vakken op b-niveau. Voor de bbl: tenminste
16 jaar oud of 12 jaar onderwijs hebben gevolgd. |
niveau 3 vakopleiding |
- diploma lbo, vbo, mavo/vbo met (alle) vakken op c-niveau; - diploma vmbo verwante sector: kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg vanuit nietverwante
vmbo-sector: wiskunde, dan wel natuur- en scheikunde 1 of een sector-verwant vak (zie !); - bewijs overgang 3 / 4 havo of vwo; - diploma verwante basisberoepsopleiding.
Voor de bbl: diploma verwante basisberoepsopleiding. |
niveau 4 middenkaderopleiding |
- diploma lbo, vbo, mavo/vbo met alle vakken op c-niveau; - diploma verwante vmbo-sector: kaderberoepsgerichte, theoretische of gemengde leerweg; vanuit
niet-verwante vmbo-sector: wiskunde, natuur- en scheikunde 1 of een sector-verwant vak (zie !); - bewijs overgang 3 /4 havo of vwo; - diploma verwante vakopleiding of eventueel verwante basisberoepsopleiding; - diploma havo met wiskunde: versnelde opleiding.
Voor de bbl (specialistenopleiding): diploma verwante vakopleiding. |
! Kom je van het vmbo of havo dan
wordt voor de mbo-opleidingen van
de clusters Techniek en Economie
wiskunde, natuur- of scheikunde
dan wel economie in je vakkenpakket
gevraagd.
Een ontbrekend vak, zoals vmbo
wiskunde, natuur- en scheikunde 1
dan wel economie, kan voorafgaand
of tijdens de mbo-opleiding worden
behaald.
LET OP: Instroom en doorstroom vmbo-mbo-hbo.
Het vmbo is onderverdeeld in sectoren en leerwegen. Alle scholen voor vmbo in de provincie Drenthe
werken met ‘sectoren en leerwegen’. De sectoren zijn: Techniek, Economie, Zorg en welzijn en Landbouw.
De leerwegen zijn: basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte, gemengde en theoretische leerweg.
Het doel hiervan is om je opleiding bij het vmbo beter te laten aansluiten op de vervolgopleiding bij het
mbo en (later) op de arbeidsmarkt. Ga je van een sector in het vmbo naar dezelfde sector in het mbo dan
spreek je van een opleiding in de ‘verwante sector’. Kies je voor voortzetting van je opleiding in een andere
sector (wil je bij nader inzien in een andere beroepsrichting worden opgeleid!), dan spreek je van een
opleiding in de ‘niet-verwante sector’.
! Kom je uit de vmbo-sector Techniek of Economie en wil je je vervolgopleiding in de sector Landbouw of
Zorg en welzijn doen, dan kan je zonder aanvullende vakken doorstromen naar een niet-verwante sector.
Wil je je vervolgopleiding doen in de sectoren Techniek of Economie en kom je juist uit één van de twee
andere sectoren, dan gelden de regels voor doorstroom naar een vervolgopleiding in een niet-verwante
sector, zoals hierboven in het schema genoemd.
Met het diploma van niveau 4 kun je verder in het
hoger beroepsonderwijs (= niveau 5). Ga je in het
hoger beroepsonderwijs (hbo) verder in dezelfde
studierichting, dan kun je die opleiding meestal versneld
doorlopen. Soms echter moet je extra lessen
volgen om de overstap naar het hbo (niveau 5) beter
te kunnen maken of versneld te doorlopen. Ben je van
plan om na je middelbare beroepsopleiding verder
te gaan met een hogere beroepsopleiding, neem
dan vroegtijdig contact op met je mentor of met
CursistenService. Binnen de welzijnsopleidingen is
een speciale leerweg die voorbereidt op het hbo, de
zogenaamde thbo.
De inhoud van de beroepsopleidingen
Wat je aan het eind van je opleiding met weten en kunnen ligt vast in de z.g. eindtermen. De eindtermen zijn geordend in deelkwalificaties. Die ordening is zodanig dat de eindtermen van een deelkwalificatie overeen komen met een combinatie van werkzaamheden die horen bij het beroep waarvoor je wordt opgeleid. Wat betreft de eindtermen van de opleiding maakt het geen verschil welke leerweg gevolgd wordt. Zowel de BOL als de BBL leiden naar hetzelfde diploma.
Er is op dit moment een ontwikkeling aan de gang binnen de beroepsopleidingen, zowel in het vmbo, het mbo als het hbo: voor de toekomstige beroepsuitoefening is het niet alleen van belang om dingen te ' weten' en te ' kunnen' (zoals die in de huidige deelkwalificaties worden opgesomd), maar ook om te kunnen samenwerken in een team, snel nieuwe kennis te kunnen opnemen en toe te passen, zelf initiatieven te kunnen nemen, enzovoort. Je moet als werknemer of als team immers de ontwikkelingen kunnen bijbenen!
Dit is de reden dat het onderwijs verandert in ' competentiegericht leren' .
Let op!
Het vmbo is onderverdeeld in sectoren en leerwegen. Alle scholen voor vmbo in de provincie
Drenthe werken met 'sectoren en leerwegen'. De sectoren zijn: Techniek, Economie, Zorg/welzijn
en Landbouw. De leerwegen zijn: basisberoepsgerichte, kaderberoepsgerichte, gemengde en
theoretische leerweg. Het doel hiervan is om je opleiding bij het vmbo beter te laten aansluiten
op de vervolgopleiding bij het mbo en (later) op de arbeidsmarkt. Ga je van een sector in het
vmbo naar dezelfde sector in het mbo dan spreek je van een opleiding in de 'verwante sector'.
Kies je voor voortzetting van je opleiding in een andere sector (wil je bij nader inzien in een
andere beroepsrichting worden opgeleid!), dan spreek je van een opleiding in de 'niet-verwante
sector'.
Met het diploma van niveau 4 kun je verder in het hoger beroepsonderwijs (= niveau 5). Ga
je in het hoger beroepsonderwijs verder in dezelfde studierichting, dan kun je die
opleiding meestal versneld doorlopen. Soms echter moet je extra lessen volgen om de
overstap naar het hbo (niveau 5) beter te kunnen maken of versneld te doorlopen. Ben je
van plan om na je middelbare beroepsopleiding verder te gaan met een hogere
beroepsopleiding, neem dan vroegtijdig contact op met je mentor of met cursisten Service.
Binnen de administratieve opleidingen en de welzijnsopleidingen is een speciale leerweg
die voorbereidt op het hbo, de zogenaamde Thbo.
-
Educatie
Hoewel de wet spreekt van ‘volwasseneneducatie’, hebben wij het meestal over ‘educatie’.
De educatietrajecten zijn in een aantal categorieën ingedeeld.
Deze categorieën zijn gebaseerd op twee aspecten:
- het perspectief: het doel dat de deelnemer wil bereiken;
- het startcompetentieniveau: het beginniveau van de deelnemer.
-
Perspectieven
Hieronder volgt een overzicht van de perspectieven; daarmee wordt
bedoeld wat de deelnemers willen bereiken:
Sociale redzaamheid: Deelnemers met dit perspectief willen maatschappelijk
beter leren functioneren in de Nederlandse maatschappij.
Educatieve redzaamheid: Deelnemers met dit perspectief willen zich voorbereiden
op een vervolgopleiding.
Professionele redzaamheid ongekwalifi ceerd: Deelnemers met dit perspectief ontbreekt het aan een
aantal vaardigheden en kennis om goed op de arbeidsmarkt te kunnen functioneren (NT2, Nederlands,
rekenen, sleutelvaardigheden).
Professionele redzaamheid gekwalifi ceerd: Deelnemers met dit perspectief willen een kwalifi catie of
eventueel deelkwalifi caties uit de kwalifi catiestructuur beroepsonderwijs (KSB) behalen, zodat men
gekwalifi ceerd in een beroep kan functioneren.
| Startcompetentieniveau: |
| Zeer laag (1) |
- Niveau vergelijkbaar met het eindniveau basisonderwijs of lager. |
| Laag (2) |
- Niveau vergelijkbaar met het eindniveau basisonderwijs tot 2-4 jaar
voortgezet onderwijs |
| Basis (3) |
- Niveau vergelijkbaar met 2-4 jaar voortgezet onderwijs en v(m)bo
(theoretische leerweg) of mavo |
| Hoger (4) |
- Niveau vergelijkbaar met vmbo-tl/mavo of hoger (inclusief hbo/wo) |
Zoals je in het
schema kunt zien
sluiten de niveaus
van Educatie aan
bij de niveaus van
het beroepsonderwijs.
Bedrijfsopleidingen, cursussen en trainingen
Drenthe College biedt, naast de beroepsopleidingen en de volwasseneneducatie, een scala van
kortere cursussen, bedoeld voor iedereen die zijn/haar positie op de arbeidsmarkt wil verbeteren,
zowel werkenden als werkzoekenden.
Er zijn open cursussen: voor iedereen toegankelijk. Deze starten regelmatig gedurende het schooljaar.
Naast deze standaardcursussen worden op verzoek van bedrijven en instellingen cursussen en
trainingen op maat ontwikkeld en uitgevoerd. De scholing kan desgewenst in het bedrijf of de instelling
worden gegeven. Geheel volgens de wensen van de opdrachtgever wordt voor een of meer
werknemers een scholingstraject ontwikkeld en uitgevoerd. Met vrijwel alle grotere bedrijven en
instellingen in de regio heeft Drenthe College werkrelaties ontwikkeld.
Voor bedrijven die werknemers in de gelegenheid stellen zich bij te scholen zijn er aantrekkelijke
subsidiemogelijkheden.
Ook verzorgen wij opleidingen voor mensen die willen reïntegreren in het arbeidsproces. Het
persoonlijk ontwikkelingsplan is daarbij belangrijk. Dit wordt samen met de deelnemers opgesteld.
Vaak worden (toekomstige) werkgevers of andere vertegenwoordigers van de arbeidsmarkt bij de
planvorming betrokken.
Let op: soms valt het onderwijsprogramma dat je volgt binnen een speciaal project, bijvoorbeeld Europees
Sociaal Fonds (ESF). Drenthe College krijgt dan extra financiële ondersteuning van subsidieverstrekkers
om het onderwijsprogramma beter af te stemmen op de wensen
van de deelnemers, de arbeidsmarkt en van anderen. Soms wordt dat geld
gebruikt om de groepen kleiner te maken, zodat je meer aandacht kan krijgen
tijdens de lessen of om extra studiebegeleiding te kunnen regelen. Zelf
merk je er niet zoveel van, behalve dat op je inschrijfformulier staat dat je
één van de deelnemers bent aan het project.
Vorige pagina
|